Mijn eigen weg vinden Tijdens een vliegtrip in de Franse Alpen ontstond het idee om aan hike & fly te beginnen. Zelf de berg oplopen met mijn scherm op mijn rug en daarna vliegen, als de omstandigheden het toelieten. Ik wilde ontdekken of dat iets voor mij was.
Ik heb een duidelijk doel nodig om ergens naartoe te werken. Toen ik Wanderbird tegenkwam, besloot ik in 2025 mee te doen. Ik had twee jaar om me voor te bereiden.
Alleen wist ik niet goed hoe.
Ik begon met hardlopen. Eerst vijf kilometer, daarna tien en uiteindelijk eenentwintig. Ik dacht dat ik daarmee een heel eind zou komen. Pas tijdens mijn eerste wedstrijd merkte ik wat er nog ontbrak. Mijn uithoudingsvermogen was redelijk. Eén berg oplopen ging wel, maar daarna nog een was te veel.
Thuis zocht ik verder. Ik bedacht dat ik voor elke honderd hoogtemeters een kilometer extra moest kunnen rennen. Achteraf was dat een te eenvoudige rekensom, maar toen gaf het me houvast. Ik ging meer hardlopen, liep op een hellende loopband en begon op de StairMaster.
Voor mijn gevoel hielp vooral de StairMaster. De rest leverde in de bergen minder op dan ik had verwacht.
Tijdens een community hike & fly dacht ik dat mijn voorbereiding eindelijk klopte. Het eerste stuk kon ik goed meekomen. Maar na ongeveer vijfhonderd hoogtemeters kwam de man met de hamer. Waar ik dacht dat ik er was, bleek ik nog lang niet te zijn.
Dat was lastig. Ik stak er veel tijd in, maar wist nog steeds niet goed wat ik nodig had.
Ik ging op zoek naar routes met steile stukken, voldoende afstand en hoogtemeters. In Nederland betekende dat ook: dezelfde helling op, weer naar beneden en opnieuw omhoog. Daarnaast ging ik twee keer per week naar de sportschool voor de StairMaster en krachttraining, met nog een extra dag hardlopen.
Of die aanpak in de bergen beter werkte, kon ik toen niet uitproberen. Zes weken voor de Wanderbird Adventure werd ik aangereden door een mountainbiker en liep ik een blessure op.
Het was niet mijn eerste blessure, maar deze kwam vlak voor de wedstrijd waar ik naartoe had gewerkt. Ik ging veel naar de fysiotherapeut. Hij hielp me goed en probeerde me gerust te stellen. Toch bleef ik bang dat het een probleem zou worden.
Tijdens de Adventure moest ik stoppen. De blessure speelde mee, maar ook mentaal liep ik vast. Dat was een grote klap.
Met wat afstand begon ik anders naar die dagen te kijken. Het weer bracht harde wind, waardoor vliegen niet mogelijk was. Na negenentwintig kilometer wandelen met een zware rugzak stapelden de vermoeidheid en teleurstellingen zich op. Ook mijn materiaal gaf problemen. Die rugzak van zeventien kilo voelde onderweg heel anders dan tijdens een gewone tocht.
Via de coaching van Paul Guschlbauer leerde ik zijn drie pijlers beter begrijpen: natuur, mens en materiaal. Ik kende ze al in theorie. Tijdens die Adventure voelde ik hoe sterk ze met elkaar samenhangen.
Achteraf vroeg ik me af of mijn kuitblessure de volledige reden was geweest om te stoppen. De blessure was echt, maar er speelde meer. Het weer, mijn verwachtingen, de twijfel en de problemen met mijn uitrusting versterkten elkaar. Dat inzicht hielp me begrijpen wat er was gebeurd.
Pauls coaching en de steun van mijn gezin en vrienden hielpen me door die periode heen.
Voor de volgende wedstrijd begon ik bij herstel. Eerst moest de blessure over zijn. Daarna hervatte ik de training en keek ik wat er nog mogelijk was. Alle kennis en ervaringen probeerde ik samen te brengen in een plan.
Mijn doel was een plek in de top tien.
Ik wist dat ik niet de snelste bergop zou zijn. Mijn kansen lagen meer bij het vliegen, het lezen van het weer en de keuzes onderweg. Ik wilde de kennis over wedstrijdvliegen die ik had opgedaan bewust gebruiken. Goed kijken, weten wanneer ik verder moest en blijven zien wat er om me heen gebeurde.
Rustig blijven. Geconcentreerd blijven. Bij mijn plan blijven.
Een moment dat me is bijgebleven, was de landing bij TP2. Mijn dochter hielp daar als vrijwilliger. Ik wist hoe spannend ze dat vond. Haar daar te zien staan, maakte me trots.
Zelf voelde ik de rust die ik vooraf had gezocht. Ik nam de tijd, maakte me klaar en vloog verder.
Aan het einde maakte ik een fout bij een keerpunt. Daardoor moest ik alsnog een stuk lopen en werd ik vierde. Natuurlijk baalde ik daarvan. Maar de trots was groter. Ik had op de top tien gehoopt. Dit had ik niet verwacht.
Vooral na afloop kwam het vertrouwen terug. Ik wist beter wat ik kon en waar ik nog aan moest werken.
© Lukas Anzinger Wat begon als een doel om voor te trainen, is inmiddels een deel van mijn leven geworden. Ik blijf nieuwsgierig naar wat werkt, wat ik kan verbeteren en wat anderen me kunnen leren. De mensen en vriendschappen horen daar net zo goed bij als de wedstrijden.
En dan zijn er de bergen. Een klim die soms zwaar is, tot je om je heen kijkt en denkt: kan het nog mooier? Honderd meter verder blijkt dat te kunnen. En als het weer het toelaat, pak je boven je scherm uit en vlieg je.
Ik woon nog steeds in Nederland. Veel van mijn voorbereiding gebeurt op een bospad, in de sportschool of op hetzelfde heuveltje, telkens weer omhoog en omlaag.
Daar werk ik nu toe naar Wanderbird Adventure 2027. Met meer ervaring, maar ook nog genoeg vragen. Onderweg blijf ik leren.